top of page
Zoeken

Als conflicten ziek maken: waarom werkgevers sneller moeten ingrijpen dan ze denken

Foto van schrijver: Sam Haddad
Sam Haddad
16 feb
5 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 2 dagen geleden

Het ziekteverzuim in Nederland blijft hardnekkig hoog. De afgelopen jaren schommelde het gemiddelde rond de 5%, met sectoren die structureel richting de 7% gaan. Achter die cijfers gaat een minder zichtbaar patroon schuil: een aanzienlijk deel van het verzuim heeft een directe of indirecte relatie met spanningen op de werkvloer. In onderzoek en praktijkervaring wordt vaak geschat dat circa 20–30% van het verzuim (deels) samenhangt met arbeidsconflicten, al ontbreken eenduidige landelijke cijfers en blijft dit afhankelijk van sector en definitie. Conflicten raken aan positie, gezichtsverlies en ego, waardoor betrokkenen het echte probleem vaak niet uitspreken. Zo verdwijnt de oorzaak uit beeld, terwijl de gevolgen zich wél manifesteren in verzuim.


Dat is opmerkelijk, want conflicten hebben een enorme impact op het functioneren van werknemers én op de dynamiek binnen teams. Onderzoek suggereert dat sociale dreiging en afwijzing deels dezelfde hersengebieden activeren als fysieke pijn. De stressreactie die daarbij ontstaat, kan sterk lijken op burn-outklachten, terwijl de onderliggende oorzaak fundamenteel anders is.


Burn-out of conflictstress: een subtiel maar cruciaal verschil

Conflictstress ontstaat vaak acuut en is sterk situatiegebonden. De klachten (vermoeidheid, piekeren, concentratieverlies, spanning) lijken op burn-out, maar de herstelcurve is anders. Waar burn-out langdurig herstel vraagt, kan conflictstress opvallend snel afnemen zodra de bron van spanning wegvalt. Niet omdat iemand niet ziek was, maar omdat de situatie bepalend was voor de klachten.


Voor werkgevers is dat onderscheid cruciaal. Wanneer conflictstress wordt verward met een medische aandoening, belandt iemand onnodig in een medisch traject, worden verkeerde interventies ingezet en loopt het verzuim onnodig op. Het gevolg: herstel vertraagt, relaties beschadigen verder en het dossier wordt complexer dan nodig.


De juiste route bij een arbeidsconflict

Bij arbeidsconflicten is de volgorde van handelen belangrijker dan veel organisaties beseffen. Zolang er nog géén sprake is van verzuim, ligt de verantwoordelijkheid primair bij werkgever en werknemer om het gesprek aan te gaan en het conflict intern op te lossen — eventueel met ondersteuning van HR, een leidinggevende of een vertrouwenspersoon. De bedrijfsarts hoort in deze fase nog niet aan tafel, al kan deze in een vroeg stadium wél adviserend worden betrokken bij dreigend verzuim of complexe situaties.


Dat verandert zodra het conflict het functioneren beïnvloedt of leidt tot een ziekmelding. Uiterlijk na zes weken verzuim stelt de bedrijfsarts een formele Probleemanalyse op en beoordeelt hij of er sprake is van ziekte, conflictstress of situatieve arbeidsongeschiktheid. Dat gebeurt via hoor en wederhoor, zonder bemiddeling — dat mag niet. Wel kan de bedrijfsarts adviseren dat mediation of een andere interventie nodig is om herstel mogelijk te maken.


Wanneer de bedrijfsarts oordeelt dat er geen sprake is van ziekte maar van situatieve arbeidsongeschiktheid (SA), verandert de dynamiek opnieuw. De werknemer is dan niet medisch ziek, maar kan door de situatie niet werken — en valt daarmee buiten de reguliere loondoorbetalingsplicht bij ziekte. Of het loon toch doorloopt, hangt af van de vraag of het niet-werken redelijkerwijs voor risico van de werkgever komt; de Hoge Raad bepaalde in 2008 (Mak/SGBO) dat dat in de praktijk vaak het geval is bij een arbeidsconflict, maar het is geen automatisme. Ook de ontslagbescherming is zwakker dan bij ziekte: zonder vastgestelde ziekte geldt niet het automatische opzegverbod van de Wvp. Er is geen medische behandeling nodig, wel een verplichting om mee te werken aan mediation of herstel van de werkrelatie. Juist door die andere juridische route — buiten de Wvp-verplichtingen van spoor 1 en spoor 2 om — blijven deze dossiers vaak lang informeel hangen, terwijl de oorzaak evident relationeel is en niet medisch.


Wanneer een conflict níet als medisch wordt gezien, blijft de werknemer formeel inzetbaar en valt het conflict onder het arbeidsrecht. Dat lijkt overzichtelijk, maar leidt in de praktijk vaak tot escalatie: zonder medische duiding ontstaat sneller strijd over 'wil niet' versus 'kan niet', waardoor de situatie alsnog medisch wordt. Juist daarom is vroege, objectieve duiding zo belangrijk.


Poortwachter en conflicten: waar theorie en praktijk botsen

De Wet verbetering Poortwachter is primair ingericht op medische beperkingen, waardoor de toepassing bij conflictgerelateerde uitval soms schuurt met de onderliggende realiteit. Bij conflicten zit de beperking niet in de persoon, maar in de situatie — terwijl het systeem daar geen categorie voor kent.


In de praktijk zie ik regelmatig dat medewerkers die volledig zijn uitgevallen door conflictstress in het dossier met een minimale belastbaarheid staan. Formeel moet spoor 2 dan worden ingericht op functies die daarbij passen. Juist daar gaat het mis: vooral medewerkers in zwaardere of specialistische functies lopen vast, omdat zij elders vaak gewoon op hun oorspronkelijke niveau kunnen functioneren, terwijl Poortwachter hen laat zoeken naar werk op een veel lager niveau. Dat leidt tot onwerkelijke situaties: een directeur die volgens de arbeidsdeskundige moet solliciteren op een baliefunctie, terwijl hij of zij elders direct weer op strategisch niveau kan instappen.


In de praktijk solliciteren deze medewerkers daarom vaak op functies die aansluiten bij hun oorspronkelijke niveau. Binnen Poortwachter gelden die formeel als 'niet passend'. Ze worden aangenomen en moeten zich vervolgens in één keer beter melden om aan hun nieuwe baan te kunnen beginnen, zodat er achteraf geen discussie ontstaat over hun belastbaarheid. Formeel kan dat, maar het schuurt: op papier ga je van 0 naar 100% belastbaar. Voor bedrijfsarts, HR en later mogelijk UWV roept dat vragen op, terwijl de beperking niet medisch was maar contextueel — onnodig gedoe in een dossier dat al gevoelig ligt.


Waarom spoor 1 bij conflicten vaak averechts werkt

Bij conflicten speelt de psychologische dynamiek een grote rol: ego, gekwetstheid en verlies van vertrouwen houden beide partijen in een verdedigingsstand. Terugkeer in dezelfde omgeving wordt daardoor niet alleen emotioneel beladen, maar ook praktisch contraproductief — de triggers zitten precies daar waar iemand zou moeten re-integreren. Hoe meer iemand herstelt, hoe meer belastbaarheid ontstaat, en hoe sterker het systeem diegene terugduwt naar de plek waar het misging. Externe re-integratieplekken zouden een oplossing kunnen zijn, maar zijn schaars, vaak niet passend voor hogere functies, en vragen veel energie van iemand die juist ruimte nodig heeft om te herstellen en een duurzame nieuwe baan te vinden. Zo ontstaat een spanningsveld tussen wat juridisch klopt, wat medisch verantwoord is en wat menselijk gezien nodig is — niet omdat mensen niet willen, maar omdat het systeem geen categorie kent voor mensen die ziek worden van een situatie, niet van zichzelf.


De rol van machtsverhoudingen

Conflicten zijn zelden symmetrisch. Bij verticale conflicten (tussen leidinggevende en medewerker) is de machtsverhouding per definitie ongelijk, wat werknemers kwetsbaarder maakt en de kans op stressreacties en uitval vergroot. Tegelijkertijd zie je dat mensen in conflictsituaties sneller vasthouden aan hun eigen gelijk. Begrijpelijk, maar verlammend: hoe meer ego en defensie de boventoon voeren, hoe kleiner de kans op herstel en hoe langer het verzuim duurt. Ook leidinggevenden worstelen vaak met hun positie: zij moeten sturen, beschermen én functioneren binnen dezelfde dynamiek, wat de kans op misverstanden en escalatie vergroot.


Waarom werkgevers vroeg moeten ingrijpen

Voor werkgevers is dat extra ingewikkeld: zij moeten navigeren in een landschap vol regels, verplichtingen en risico's, waardoor het menselijk gesprek soms pas laat op gang komt. Personeelstekorten, hoge werkdruk, vergrijzing en toenemende psychische belasting vergroten de kans op spanningen, terwijl de aandacht voor sociale veiligheid en duurzame inzetbaarheid tegelijk groeit. In die context is vroegtijdige duiding van verzuim cruciaal. Niet alles is medisch. Niet alles is wil. Veel is relationeel. En wanneer werkgevers dat te laat herkennen, werken zij zelf langdurig verzuim in de hand — met grote kosten voor mens én organisatie.


Tot slot

In complexe situaties kan onafhankelijke begeleiding helpen om escalatie te voorkomen en duurzame inzetbaarheid te waarborgen. Organisaties die tijdig investeren in objectieve duiding, begeleiding en preventie, verkleinen de kans op langdurig verzuim aanzienlijk. Die onderstroom zichtbaar maken — verzuimcultuur analyseren, spanningen vroeg signaleren en medewerkers professioneel begeleiden, preventief én curatief — is precies waar ik organisaties in ondersteun.



CorporateCareRotterdam helpt organisaties om die onderstroom zichtbaar te maken: door verzuimcultuur te analyseren, spanningen vroeg te signaleren en medewerkers professioneel te begeleiden, preventief én curatief.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page